rss

Steun voor starters: liever tante Agaath dan minister van Gennip.

Algemeen Politiek

11 Jul 2005 | 14:19

0 comments

 Tijdens een reünie van een business school onder de rook van Parijs werd drie jaar geleden door de klas van ‘97 een beker uitgereikt aan degene die tijdens de internethype het meeste geld had weten te verbranden. Het was een spannende strijd. Er waren nogal wat gelukzoekers geweest onder de 250 studenten. De persoon die won, had in18 maanden tijd 42 miljoen dollar van gerenommeerde instituten als Goldman Sachs en JP Morgan over de balk gesmeten. Hulde!

(Enigszins onttrokken aan het feestgedruis stond een klasgenote die nooit veel sprak en weinig vrienden had. Haar bijnaam was ‘the nutcase’. Naar later bleek, was zij toen al een van ’s werelds meest succesvolle internetondernemers. Samen met haar echtgenoot was ze 100% eigenaar van een sexdatingsite met 20 miljoen leden, die ieder maandelijks $ 19,95 aan contributie betaalden)

 Nu, drie jaar later,  probeert Staatssecretaris Van Gennip – overigens een ‘alumn’ van dezelfde business school – de Nederlandse economie vlot te trekken door starters te steunen met haar TechnoPartner-programma. Haar budget: 22 miljoen euro1. De tijden zijn veranderd, zullen we maar zeggen.

We hebben in Nederland last van de zogenaamde ‘kennisparadox’; er is veel hoogstaand fundamenteel onderzoek in Nederland, maar er zijn maar weinig ontwikkelingen die hun weg naar de markt weten te vinden. De kennisparadox hangt samen met de ‘financieringsparadox’; we hebben in Nederland een bloeiende venture-capitalsector, maar slechts 7% van de  ruim 1 miljard euro die jaarlijks wordt geïnvesteerd, vindt zijn weg naar startende bedrijven. Ook in internationale vergelijkingen is dat laag.

 Dit is geen nieuws. In 1998 heeft EZ geprobeerd deze impasse te doorbreken met Twinning en Bio-partner. Wrong time, wrong place: Twinning is roemloos ten onder gegaan en geldt nu binnen EZ als een voorbeeld van misplaatste industriepolitiek. Dit is niet terecht. Bij het ontbinden van Twinning (wat overigens niet slechter getimed had kunnen worden) was ongeveer eenderde van de ondersteunde bedrijven nog in leven. Dat komt overeen met de overlevingspercentages (in diezelfde periode) van de gemiddelde venture-capitalfirma. Iedereen die zich tussen 1998 en 2002 op de risicokapitaalmarkt heeft begeven heeft zijn vingers gebrand. De overheid is daar geen uitzondering op.

 Maar het gat in de starterskapitaalmarkt is er nog. En de traditionele venture-capitalmaatschappijen  springen er maar zeer beperkt in. Die richten zich liever op buy-outs en buy-ins in traditionele industrieën, met meer voorspelbare cash flows. Dat geeft ze de mogelijkheid om zo veel mogelijk schuld als hefboom te gebruiken en zo hun rendement op te krikken. Daar helpt geen TechnoPartner-programma aan. Dat is niet meer dan het verdubbelen van het aantal druppels op een gloeiende plaat.

 Maar het maatschappelijk rendement van het helpen van starters is hoog. We willen dat mensen kansen krijgen en dat ze risico nemen om iets te ontwikkelen dat tot daadwerkelijke vernieuwing kan leiden. En we willen een positie houden en uitbreiden in de kenniseconomie. Het is namelijk vooral de high-techsector die geld nodig heeft; meer dan 70% van alle venture capital in de ontwikkelde wereld, komt hier terecht.

 Als maatschappelijk en privaat rendement uit elkaar lopen, ligt het voor de hand om te denken dat er een rol voor de overheid ligt. Het ministerie van EZ denkt dit ook. In totaal zijn er 352 regelingen om starters te helpen. Helaas zijn de meeste budgetten minimaal en dat is niet zonder gevolgen: ‘If you invest peanuts, you get monkey entrepreneurs’.

 Het wordt tijd de overheid groter gaat denken. Dat hoeft niet door dingen zelf te gaan doen, zoals bij Twinning. Dat vinden ambtenaren eng en bovendien is het helemaal niet nodig. Ook ligt het niet voor de hand om te partnere met Venture Capitalists. Waarom zou de overheid de straffe rendementseisen van deze moneymakers moeten financieren? Wie heeft daar baat bij? Maar vooral, wat levert het op?

 Het echte geld voor starters, en ook de echte bereidheid om risico’s te nemen, zit bij informele investeerders. En dan bedoel ik niet de quasi venture-capitalfirma’s, die gerund worden door een meneer met een sigaar, maar vrienden, familie en kennissen van starters. Hun investeringskracht voor starters is in de westerse wereld maar liefst 12 maal groter dan die van venture-capitalfirma’s. (informele investeerders in starters pompen per jaar 1,2% in het BNP van de OESO-landen, tegen 0,1% voor de VC’s). Bovendien zijn de rendementseisen van informele investeerders minder hoog. De helft van hen geeft aan genoegen te nemen met een internal rate of return van 0%.

 Dat is dus het kapitaal dat we moeten mobiliseren. Er is al regeling voor: de Regeling Durfkapitaal (voorheen de Tante Agaath-regeling). De banken waren mede-uitvoerder van de regeling, maar hun belastingvoordeel is eind 2002 sterk verlaagd. Dit heeft zijn uitwerking niet gemist: waar in 2002 nog  ruim € 3 miljard euro via dergelijke fondsen werd belegd, was daar vorig jaar nog slechts 500 miljoen van over.

 De facto is de afgelopen jaren dus alleen maar startkapitaal aan de markt onttrokken, alle publicaties van EZ en Stuif-Es-In-achtige ondernemerswedstrijden met Karien van Gennip in de rol van Ria Bremer ten spijt.

 En natuurlijk, het uitbreiden van de Agaath-regeling kost geld. Veel geld. Maar nog altijd minder, dan ‘the nutcase’ verdient met haar sexsite. Dat moet toch mogelijk zijn?

Toch?

 Ebel Kemeling

volg dewetvankemeling.com