rss

De Politie is je neutraalste vriend

Politiek Retoriek

20 Jul 2011 | 17:24

0 comments

Onlangs werd bekend dat er een nieuwe gedragscode voor agenten is, die het dragen van hoofddoeken of kruisjes verbiedt. Het dragen van dergelijke tekens is namelijk “in strijd met de neutraliteit van de politie”.

Een interessant concept, neutraliteit. Betekent dit, dat agenten de uitdagingen van hun dagelijks werk menings- waarde- en norm- vrij tegemoet moeten treden? Zullen ze je dan nog mogen aanhouden als je dingen doet die niet mogen, zoals hen uitschelden voor klootzak, je auto verkeerd parkeren, of iemand in elkaar slaan omdat zijn religie niet de jouwe is? Ik denk het niet, want ze moeten zich volledig neutraal opstellen.

Deze gedragscode lijkt meer op een gelegenheidsargument om hoofddoeken te kunnen verbieden. Iets waar ik op voorhand niet tegen ben, maar de argumentatie die erbij hoort is zeer merkwaardig. Leest u voor de grap even mee:

uit dit onwaarschijnlijk slecht geschreven document, haal ik even het volgende citaat:

Met het oog op het goed functioneren van de politie is het noodzakelijk om afspraken te maken met betrekking tot de uitstraling en het voorkomen van de politie. De politieambtenaar zal in het belang van zijn gezag, neutraliteit en zijn eigen veiligheid, bij zijn optreden, in contact met het publiek, een gezagsuitstralende, neutrale en veilige houding behoren in te nemen.

Het is dus noodzakelijk om afspraken te maken, om het goed functioneren van de politie te waarborgen. Die afspraken waren er vroeger niet, dus ik meen daaruit te mogen afleiden dat de politie vroeger niet goed functioneerde. Er waren kennelijk problemen. De hiervoor verantwoordelijke Minister (Opstelten) legt niet uit wat die problemen dan wel mogen zijn, maar er moet wel een oplossing komen. Dat is vermoedelijk ook de reden dat voor een gedragscode gekozen is, en geen wetgeving. Voor een wetgevingsproces zal je toch op zijn minst moeten kunnen aangeven wat het probleem is, en waarom de oplossing daarvoor adequaat en proportioneel is.

Kennelijk zijn de ondertekenaars van de gedragscode van mening, dat er religieuze waardesystemen zijn die zouden kunnen botsen met de wet die door de politie gehandhaafd zou moeten worden. Ik kan zelf zo gauw even geen grote onverenigbaarheid ontdekken tussen Christelijke waarden en de waarden en normen die in de Nederlandse wet zijn vastgelegd, hoewel er natuurlijk bepaalde zeer conservatieve uitzonderingen zijn. (Die groepen heb ik echter nog nooit religieuze symbolen zien dragen, of het zouden hun zwarte kousen moeten zijn – die overigens onder een uniforme redelijk goed te verbergen zijn). Dus waar zit hier het probleem? Misschien zou het goed zijn om te onderzoeken of er religies zijn, die zaken prediken die niet stroken met onze wet. En als daar enige indicatie voor bestaat, moeten we die religies verbieden.

Maar het is nog interessanter. Kennelijk is de gedachte, dat er religies zijn die niet stroken met de taken die de politie moet uitvoeren, maar dat dit geen probleem is zolang de aanhangers van deze systemen maar geen zichtbare tekens hiervan dragen.

De lachwekkende worsteling van de Minister en de politiebonden heeft een eenvoudige oorzaak. Het onaantastbaar verklaren van religie kan niet zoveel kwaad in een land dat in feite maar 1 godsdienst kent, zoals in Nederland in 1848 het geval was. Wet en religie liggen dan als waardesystemen dicht bij elkaar. Inmiddels ligt dat anders. En in een parlementaire democratie, waar kerken geen wereldlijke macht mogen hebben (dit is de feitelijke scheiding van kerk en staat, die door velen verkeerdom wordt geïnterpreteerd) is het volstrekt helder dat de staat religieuze uitingen moet kunnen verbieden. Maar dit moet wel gebeuren op een juridisch aanvaardbare manier. Door wijziging van de (grond)wet. Niet met onbenullige gedragscodes.

Ebel Kemeling

volg dewetvankemeling.com