rss

Montesquieu en Rousseau over Eurobonds

Algemeen Politiek Retoriek

15 Oct 2011 | 10:59

0 comments

In de achttiende eeuw vroeg Montesquieu zich af  hoe het toch kwam dat er een verband leek te zijn tussen breedtegraad en welvaart. Waarom is het, dat als we richting de evenaar gaan de mensen steeds armer worden en als je de evenaar gepasseerd bent en richting de zuidpool beweegt, de mensen weer rijker worden?

Hij legde een verband tussen temperatuur en het functioneren van het lichaam. Dit idee is later uitgewerkt door Philip Parker (Physioeconomics, MIT Press, 2000) . De basis van menselijk handelen – en dus van onze economie – is het in stand houden van de ideale temperatuur van het lichaam. Dit verklaart de door Parker aangetoonde sterke correlatie tussen breedtegraad en GDP per capita (R > 0,6).

In Zweden heb je meer eten, meer verwarming en een dikkere jas nodig om op temperatuur te blijven dan in Italie. Vandaar ook, dat Zweden een hoger GDP per capita heeft. Dit is dus niet hetzelfde als welvaart. Als de Zweed dezelfde jas heeft als de Italiaan, heeft hij het koud.

In de Eurocrisis wordt veel gesproken over Noord en Zuid. Volgens velen zijn de Noordelijke landen rijk. Bovendien hebben ze er groot (eigen) belang bij om de Euro in stand te houden en dus moeten ze niet zeuren over welvaartsoverdrachten. Maar misschien is het wel zo, dat je voor een vergelijkbaar welzijnsniveau in het Noorden een hoger GDP per capita nodig hebt. Het is dus maar de vraag of de rijkdom in het Noorden wel echte rijkdom is.

Daar komt nog iets anders bij, waar Montesquieus tijdgenoot Rousseau vast iets over te zeggen zou hebben. Rousseau mocht graag schrijven over soevereiniteit – een term te pas en te onpas gebruikt wordt in al het politiek gepruttel over de rol van Europa. Om soevereiniteit te kunnen overdragen, moet er volgens hem sprake zijn van een sociaal contract. Met betrekking tot de kredietcrisis, is dat precies het punt waar de schoen wringt.

Het is namelijk onmiskenbaar zo, dat de landen waar de eurocrisis het hardst zal toeslaan, zoals Griekenland en Italie,  een zeer zwak sociaal contract kennen. In deze landen staan de politici nog verder af van de bevolking dan bij ons, en is de bereidheid van de bevolking om de eigen volksvertegenwoordigers en bestuurders te steunen nog veel geringer.

Dat is een tweede reden waarom je je zou kunnen afvragen of welvaartsoverdrachten wel zo logisch zijn. Waarom zou een Duitse burger de bail-out van de Italiaanse regering of een Griekse bank betalen, als de Italiaanse of de Griekse burger daar zelf niet toe bereid is? En waar gaat het toe leiden? Anders dan geld, is politiek vertrouwen namelijk niet over te dragen. Je kunt het echter wel kwijtraken, zelfs als je in een Noordelijk land woont. Als je onredelijke dingen van burgers vraagt, loop je het risico dat ze het contract opzeggen.

We hadden dit natuurlijk kunnen zien aankomen. Montesquieu wist het ook al:

If we travel towards the north, we meet with people who have few vices, many virtues, and a great share of frankness and sincerity. If we draw near the south, we fancy ourselves entirely removed from the verge of morality; here the strongest passions are productive of all manner of crimes, each man endeavouring, let the means be what they will, to indulge his inordinate desires. In temperate climates we find the inhabitants inconstant in their manners, as well as in their vices and virtues: the climate has not a quality determinate enough to fix them. (Of Laws in Relation to the Nature of the Climate)

 Ebel Kemeling

volg dewetvankemeling.com