rss

Much ado about Pim

Algemeen

29 Apr 2012 | 08:22

2 comments

De NRC heeft vandaag een herkenbaar achterhoofd op de voorpagina staan. Eronder de titel:

‘Tien jaar na Fortuyn: Nederland is somber’

De krant probeert kennelijk een link te leggen tussen de somberheid van het volk en hetgeen Fortuyn voorspeld heeft.

Ook Frenk van der Linden, die regelmatig zijn warrige visie op het Nederlandse politieke landschap te berde mag brengen bij DWDD, besloot gisteren maar weer eens een open Fortuyn-deur in te trappen. Volgens Frenk, zouden partijen die niet onderkenden wat er bij het volk leefde – zoals tijdens de periode Pim gebleken was –  een grote vergissing maken. Hij keek er triomfantelijk bij. Dat doet hij overigens altijd.

De reden dat de Nederlandse politieke elite al meer dan 10 jaar de weg kwijt is, is omdat men op een of andere manier ervan overtuigd is geraakt, dat de Fortuyns en Wildersen ‘iets te zeggen hebben’.  Namelijk ‘wat er onder het volk leeft’. Hun zoektocht naar wat er dan wel bij het volk zou leven, doet me denken aan een citaat dat wordt toegeschreven aan Darwin;  ze zijn als blinden in een donkere kamer,  op zoek naar een zwarte kat, die er niet is.

Het is jammer dat Foruyn vermoord is. Om meer dan één reden. Doordat zijn dood nu een zo duidelijk in de tijd gemarkeerd punt geworden is, zijn we geneigd een bepaalde oorzakelijkheid eraan toe te kennen.  Ook de NRC redactie trapt in deze val. In de logica heet een dergelijke drogreden: ‘Post hoc, ergo propter hoc’. Om een oorzaak te kunnen zijn, moet iets in de tijd eerder gebeuren dan zijn consequentie, maar dat wil nog niet zeggen dat twee zaken die in de tijd op elkaar volgen, iets met elkaar te maken hebben.

Het post Pim ergo propter Pim is usance geworden in de Nederlandse journalistiek. En daar is eigenlijk geen enkele reden toe. De invloed van Fortuyn is gering geweest. Zijn inzicht over wat er mis ging, of zou gaan, heeft ook niet veel voorspellende waarde gehad. Het integratievraagstuk is niet op een groter drama uitgedraaid dan het toen al was, en de grote economische problemen van onze tijd – de opgeblazen hypotheekmarkt, de uit de hand lopende zorgkosten, het gebrek aan vergroening, de achteruitgaande gezondheid van het volk, en de gebrekkige ontwikkeling van onze verdiencapaciteit zijn door hem in veel gevallen niet onderkend, en waar dat wel zo was, had hij er geen oplossing voor.

Dat geldt overigens niet alleen voor Fortuyn, maar voor vrijwel alle politici. De NRC had dus net zo goed het hoofd van Melkert, Kok of Dijkstal kunnen afbeelden bij de tekst “10 jaar na Melkert, Kok, Dijkstal:  Nederland is somber.”  Het grappige is overigens, dat zonder enige analyse eromheen, de suggestie van de verschillende koppen totaal anders is:

Tien jaar na Fortuyn, heeft een soort ‘Pim told you so’ lading.

Tien jaar na Kok, kan twee kanten op. De voorstanders zullen met weemoed aan de periode denken. de tegenstanders zien hem als de wortel van alle kwaad dat op dit moment over ons wordt uitgestort.

Tien jaar na Melkert leidt bij mij niet tot onmiddellijke connotaties, net als muis Melkert zelf, overigens.

Hoe dan ook, politici hebben veel minder invloed dan de media ons voorspiegelen. Om die reden, is de beste voorspeller van economische groei nog steeds de breedtegraad van een bepaald land; hoe dichter bij de pool, hoe welvarender (zie Physioeconomics van Philip Parker, 1990) . Een dergelijke wetmatigheid kan alleen maar opgaan indien politici uitwisselbaar zijn.  Dat lijkt me een bemoedigende gedachte. Het zal met Nederland uiteindelijk wel loslopen, omdat we op onze breedtegraad, met ons klimaat en onze volksaard er altijd wel uitkomen.

De media zijn geneigd anders te denken. Of het nu NRC is, de Telegraaf of DWDD, in toenemende mate zullen zij proberen de rol van individuen te koppelen aan ons gezamenlijke fortuin. Dat past in de bredere Weltanschauung –ons ingewreven door hogepriesters De Mol en Van den Ende –  dat fortuin niet meer is wat ons toevalt, maar wat wij afdwingen.  De name of the game voor de tegenwoordige journalist is daarom om bij wijze van spreken als jurylid mee te doen aan ‘so you think you are a politician’ .  Om vervolgens de sociaal-economische realiteit te interpreteren alsof dit een gevolg zou zijn van de mannetjesmakerij in de media. Waarmee hun cirkel rond is.

Politici verwijt ik al heel lang niks meer. Maar journalisten moeten beter weten.

Ebel Kemeling

  • Jan Arts

    Eenvoudige en, waarschijnlijk daardoor, een heldere stuk.

  • Laurien

    Goed stuk. Insturen naar de opiniepagina zou ik zeggen.

volg dewetvankemeling.com