rss

Het Oranjeakkoord, of het geheim van de Polder

Algemeen

10 Mar 2013 | 15:04

0 comments

Ik las dit weekend in het FD een essay van Jan Luiten van Zanden en Maarten Prak over de Nederlandse polder. Volgens de heren is de rijke historie van het poldermodel geen garantie voor succes. Laten we hopen dat ze gelijk hebben. Het succes van het poldermodel is wel het laatste wat we nu nodig hebben.

Dit essay is natuurlijk actueel, omdat er wordt gesproken over een zogenaamd ‘oranjeakkoord’, een akkoord dat al wel een wervende naam en bijbehorende ronkende aanbevelingen uit het kabinet heeft gekregen, maar nog geen inhoud heeft. De polder veert op; overleefde instituten als de SER proberen weer relevant te worden en zich in de strijd te mengen. Dan misstaat een geschiedenisles over de successen uit het verleden natuurlijk niet.

Een van de hoogstandjes van de polder was zonder meer het Akkoord van Wassenaar uit 1982. Voor de poorten van de hel weggesleept door politieke leeuw Lubbers, denkt nog steeds menigeen dat dit akkoord ervoor gezorgd heeft dat Nederland de crisis uit de jaren 80 te boven is gekomen.  Wat je je natuurlijk zou kunnen afvragen, is of de Nederlandse economie het sindsdien zoveel beter heeft gedaan dan die van onze buurlanden, die geen polderlandschap kennen. De grammaticale vorm die ik daarbij kies, is die van de retorische vraag. Ieder kind kan immers het antwoord bedenken.

Het is niet moeilijk om kort en bondig te omschrijven wat de loonmatiging ons gebracht heeft. Loonmatiging. En verder niet zoveel. Dat was grappig genoeg ook niet de kern van het Wassenaarse akkoord.  U heeft misschien ooit gehoord van het Tweede akkoord van Wassenaar. Voor zover de nogal hardnekkige geruchten over dit akkoord op waarheid berusten, werd dit niet gesloten in Wassenaar, maar in Den Haag, ten kantore van een van de leden van de zogenaamde ABUP, een afkorting die staat voor Akzo, Bataafse (Shell), Unilever en Philips, de grote vier van het Nederlandse bedrijfsleven. De hoge heren van deze ondernemingen zouden daar hebben afgesproken, dat ze de WAO zouden gaan gebruiken om werknemers gunstig te kunnen laten afvloeien.

En dat hebben we geweten. Tien jaar later, waren er in ons land bijna een miljoen ‘arbeidsongeschikten’, wat het schip van de verzorgingsstaat bijna deed kapseizen.

Luiten en Prak stellen in hun essay het volgende:

In het politieke debat wordt soms een tegenstelling gecreeerd tussen polderen en de markt, maar dat is een oppervlakkige waarneming. De markteconomie en het poldermodel zijn ongeveer tegelijkertijd ontstaan, en vertonen juist opvallende parallellen. Op de markt gaat het om geven en nemen, waarbij in principe tegengestelde belangen tussen verkoper en koper zodanig verzoend worden dat beide partijen aan hun trekken komen. Polderen vereist een vergelijkbaar spel van compromissen sluiten.

Hun definitie van een markt is op zich vreemd, want het lijkt me nogal ver voeren om te stellen dat de bakker die mij een krentenbol verkoopt een belang heeft ‘tegengesteld’ aan het mijne. Maar goed, daar ga ik nu even verder niet op in.

De interessante observatie is, dat niet alleen de modellen vergelijkbaar zijn, maar dat het weleens zo zou kunnen zijn dat de polder ten dienste staat van de markteconomie. De overlegstructuur die genoemd wordt, bestaat wel, en het is inderdaad een kwestie van geven en nemen. Maar dat nemen gebeurt bij voorkeur van de partij die niet aan tafel zit; de belastingbetaler. Zo heeft het kunnen gebeuren, dat de Nederlandse overlegeconomie een stelsel heeft opgeleverd met op zich succesvolle bedrijven, die nauwelijks in Nederlandse kennis investeren, vrijwel geen belasting betalen, gecombineerd met een ongekende bescherming van de werknemer. En dit alles onderhandeld door mensen die nog geen 10% van de belastingbetalers vertegenwoordigen.

De enorme problemen die we in Nederland hebben, zijn voor een heel groot gedeelte het gevolg van in de polder onderhandelde compromissen. Werkgevers zetten de staatsruif open voor werknemers, zolang ze zelf de rekening niet hoeven op te pakken. En werknemers laten werkgevers wegkomen met het feit dat ze niet aan de maatschappij bijdragen wat ze zouden kunnen – en wat in andere landen wel gebeurt.

De ene hand wast de andere. En het vuile water wordt daarna over de burger en belastingbetaler uitgestort. Lang leve het Oranjeakkoord.

Ebel Kemeling

volg dewetvankemeling.com