rss

Vertrouwen in de W van Willem

Algemeen

20 Apr 2013 | 10:54

1 comment

Het FD kopte eergisteren over een ‘Nieuwe klap voor vertrouwen in economie’ .  Even afgezien van de gespeelde verbazing bij velen over de snel oplopende werkloosheid, is de zinsconstructie interessant. Het vertrouwen is kennelijk een soort abstracte entiteit die zelfstandig kan bestaan.

Het is de vraag bij wie dat vertrouwen dan nog aanwezig was, en op welke planeet deze wezens de afgelopen jaren hebben doorgebracht. Misschien op dezelfde als onze grote roerganger, alias de lachende scheerkwast, die er niet in slaagde het volk te overtuigen met zijn redenering: ‘de economische vooruitzichten zijn heel slecht, wij als politiek kunnen niets voor u oplossen, dus neem eens wat extra risico, dan komt het vast wel weer goed’.

Het vertrouwen in de politiek is dan ook op een all time low. Dit overigens in contrast met ons vertrouwen in ons Koningshuis. Volgens een onderzoek van Motivaction heeft 71% van de Nederlanders vertrouwen in Beatrix, en een paar procent minder in Willem Alexander.

Er is dus weinig vertrouwen in politiek, maar daar staat een groeiend vertrouwen in onszelf tegenover. Een uitvloeisel daarvan is de steeds sterker wordende trend van  ‘co-creatie’.  Het concept bestaat al zo’n dertig jaar, maar komt steeds sterker op in de creative class. Bij creative class denken we in eerste instantie aan de jongens en meisjes die met Apple computers en Moleskine (‘good ideas go into the computer, but great ideas they write by hand’ ; Christian Lander) boekjes de hele dag in koffietentjes hangen, maar deze ‘class’ dijt snel uit, en omvat tegenwoordig ook Marketing / HR / Sales managers van bedrijven waar niemand iets mee te maken wil hebben, zoals KPN, Pepsico of Eneco, die grof geld uitgeven aan co-creatietrajecten bij al dan niet echt hippe bureaus in de randstad.

Aan dergelijke trajecten hebben we innovaties als  Lays Chips met Joppiesaus en het idee  voor frikandellen met bedrukte teksten voor Mora te danken. Het zijn maar voorbeelden, maar ze geven wel blijk van de ongelofelijke creativiteit die onderhuids in het Nederlandse volk smeult.

Vertrouwen in onszelf sluit het vertrouwen in het Koningshuis natuurlijk niet uit. De vorst is in feite de verpersoonlijking van ons zelfbeeld, niet anders dan de Leviathan van Thomas Hobbes.  Het is dan ook mooi dat het volk zijn identiteit heeft kunnen onderstrepen met een gift aan de nieuwe Koning in de vorm van het gisteren gepubliceerde Koningslied.   Het Koningslied is tot stand gekomen in een klassiek co-creatie traject, begeleid door het beste wat ons land te bieden heeft op het gebied van muzikale entertainment.

Een beperking van cocreatie is dat je het moet doen met de capaciteiten en talenten van de mensen die deelnemen, in dit geval: alle Nederlanders. Waar de gemiddelde Nederlander toe in staat is, is door reality soaps wel bij iedereen bekend, dat mag geen verrassing meer zijn.  Toch was het zo dat ik door het Koningslied totaal op het verkeerde been gezet werd. Het duurde even totdat het tot me doordrong dat het hier waarschijnlijk niet om een grap ging, dat er mensen waren die serieus dergelijke teksten hebben bedacht, ingezongen, geproduceerd. En dat er artiesten zijn die met droge ogen dit lied moeten gaan opvoeren. Eens te meer is duidelijk dat de realiteit in dit land altijd genanter is dan de allerslechtst denkbare grap.

Het bracht me in een emotionele roller coaster. Ongeloof, hilariteit, schaamte, gene, verdriet en berusting streden om voorrang. En ik ben er nog steeds niet uit wat ik ervan vind, en waarom ik me er zo druk over maak. De wereld is vol van misbaksels en kitsch. Waarom zou ik me hier iets van aantrekken?

Ik heb niet veel vertrouwen in de smaak van het gemene volk. Mensen die bedrukte frikandellen eten zullen ongetwijfeld tot tranen geroerd zijn als Marco Borsato ‘daar sta je dan’ zingt. Maar toch wil ik niet geloven dat het zo erg is. Dit moet voor een deel te wijten zijn aan het doorgeslagen idee van co-creatie. Een beter bewijs van de beperkingen van deze hype hadden we ons eigenlijk niet kunnen wensen.

Artiesten zijn artiesten. Die moeten zich er niet aan wagen te gaan zingen wat het volk wil horen, want wat het volk wil horen ain’t pretty.

Als Amalia op de troon komt, vragen we gewoon weer om een lied aan een kunstenaar. De achterachterkleinzoon van Tollens bijvoorbeeld. Maar we hebben nog wel even om daar over na te denken. Eerst nog even voor Koning Willem een dijk bouwen met onze blote handen en strijden als leeuwen zodat het hem aan niets zal ontbreken.

Ebel Kemeling

  • Jochem van der Hout

    Interessante blog!

    Een ander mooi voorbeeld van co-creatie falen is het filmproject Steekspel van Paul Verhoeven.

    Ik heb de film zelf niet gezien maar uit dit fragment blijkt duidelijk wat hij er zelf van vindt: http://www.youtube.com/watch?v=PDlwNueUD8E

    Een illusie armer maar een ervaring rijker zullen we maar zeggen.

    Groet Jochem

volg dewetvankemeling.com