rss

De mythe van de dubbele belasting

Algemeen

28 Apr 2013 | 09:39

0 comments

Ik lees graag opinieartikelen. Niet alleen om wijzer te worden van de kennis en meningen die erin tentoongespreid worden, maar vooral omdat de gebruikte retoriek me interesseert. Vrijwel nooit worden de opiniekaternen van de landelijke dagbladen gevuld door onafhankelijke deskundigen. Meestal zijn het belanghebbenden die uit hoofde van een stichting of vereniging de lezer proberen te overtuigen van de redelijkheid van hun positie. Soms ook zijn het hoogleraren (meestal bijzonder hoogleraren) die in het dagelijks leven bepaalde klantgroepen bedienen en hen een pleziertje doen door hun ‘onafhankelijke’ visie door de krant te laten afdrukken.

Het eerste wat ik daarom altijd doe als mijn aandacht door een pakkende kop getrokken wordt, is kijken wie het stuk heeft geschreven. Gisteren bijvoorbeeld, interesseerde de kop Belastingverdrag goed voor ontwikkelingsland en ontwikkeling van economie in Nederland in het opiniekatern van het FD me. Het stuk bleek geschreven door Marnix van Rij, Voorzitter van de NOB (Nederlandse Orde van Belastingadviseurs).

U weet vast nog wel wie Marnix van Rij is. Of wàs, moet ik misschien zeggen.  Hij was de man die in 2001 het in het gevecht om het leiderschap van het  CDA moest afleggen tegen outsider Jan Peter Balkenende, die daarna het roer van ‘s lands Schip van Staat stevig in handen nam en ons met zo veel visie over de woelige baren heeft gestuurd, dat sindsdien nooit meer iemand een haven heeft waargenomen.

Van Rij mocht zich daarna weer volledig gaan wijden aan zijn metier, het belastingadvies. De opinie die hij gisteren publiceerde gaat over de actuele discussie of belastingverdragen zoals Nederland die heeft met ontwikkelingslanden, nu eigenlijk wel rechtvaardig zijn en of ze de bevolking van die landen – als ook onze eigen bevolking –wel of niet ten goede komen.  Het is niet echt verbazend dat van Rij, als voorzitter van de orde van de mensen die geld verdienen aan het adviseren over belastingverdragen, meent dat deze verdragen voor iedereen goed zijn. Hij zegt daarover onder andere het volgende:

“Ontwikkelingslanden weten als geen ander dat economische ontwikkeling dé manier is om je uit de armoede omhoog te trekken. Daarvoor heb wel (buitenlandse) investeerders nodig die impulsen geven aan de lokale economie en werkgelegenheid. Die investeerders komen eerder als belastingverdragen met andere landen ervoor zorgen dat niet tweemaal belasting wordt geheven over dezelfde winst. […]

Het verdragennetwerk werkt als Haarlemmerolie voor investeerders. […]Ontwikkelingslanden vragen dan ook vaak zelf om een belastingverdrag met Nederland. “

De metafoor van Haarlemmerolie lijkt me daarbij wel goed gekozen. Misschien dat de heer van Rij over het eeuwenoude recept van dit goedje beschikt, maar voor zover ik weet is de samenstelling ervan geheim, en de werkzaamheid op zijn zachtst gezegd omstreden. Op zijn standpunt  is dan ook nog wel het een en ander af te dingen.

Allereerst stelt hij, dat ontwikkelingslanden weten als geen ander […] dat, etc.  Mensen weten dingen, landen niet. Het is daarom de vraag naar wiens kennis van Rij hier verwijst. Hij bedoelt waarschijnlijk, dat machthebbers in ontwikkelingslanden positief staan tegenover belastingverdragen. Of ze hiermee in het belang van hun bevolking handelen is dan natuurlijk nog iets heel anders.

Ten tweede stelt hij dat voor ontwikkeling buitenlandse investeringen nodig zouden zijn. Dat lijkt me een moeilijk vol te houden standpunt. De wereld als geheel heeft geen buitenland, en zou dus volgens van Rij nooit welvarender kunnen worden. Tenzij hij in marsmannetjes gelooft. Investerende marsmannetjes nog wel.

En dan zijn derde punt, een klassieker in de retoriek over belastingontduiking: belastingverdragen zorgen [ervoor] dat niet tweemaal belasting wordt geheven over dezelfde winst. Als dat het enige was wat belastingverdragen zouden doen, dan zou het zo zijn dat de gemiddeld door multinationals betaalde belasting niet ver onder het gemiddelde (gegeven de landen waar ze actief zijn) belastingtarief ligt. Ik denk niet dat er ook maar een  belastingadviseur is die zijn gezicht in de plooi kan houden bij zo’n bewering. Zelfs van Rij niet. Het is ook niet zo moeilijk vast te stellen dat dit onzin is. Het effectieve belastingtarief op bedrijfswinsten van Nederlandse bedrijven is in de afgelopen 35 jaar gedaald van 28% naar 12%. Ra, ra,  hoe kan dat? Dubbel belasting betalen lijkt dus niet bepaald aan de orde. Dubbel niet betalen wel.

Het zit dus allemaal een beetje anders dan van Rij beweert. De crux van verdragen schuilt hem niet in het voorkomen van dubbele belasting, maar in het creeren van een dubbele non-belasting. Het feit dat landen die nog een graantje willen meepikken hun broek moeten laten zakken om nog wat investeringen aan te trekken, wil niet zeggen dat deze praktijk in hun belang is. In hun belang zou zijn, als wereldwijd bedrijven aan minimale belastingtarieven gehouden zouden kunnen worden. Iets wat overigens Obama al enige tijd propageert (hij pleit voor een global tax minimum van 35%).

De belastingoorlog waarin nationale overheden zich hebben gestort om het multinationals naar de zin te maken, leidt ertoe dat grote ondernemingen nog maar nauwelijks bijdragen aan publieke voorzieningen. Dat wil nog niet noodzakelijkerwijs zeggen dat hun waarde voor een lokale economie nul is, maar het zet wel de poort open voor gedrag dat aantoonbaar ontwikkelingslanden benadeelt. En dan vooral door de explosieve combinatie die dergelijke verdragen vormen met belastingparadijzen. Het wereldwijde netwerk van de ongeveer vijftig  tax havens en secrecy jurisdictions (systemen die toestaan dat eigenaren van activa niet identificeerbaar zijn), maakt daarmee een ongekende welvaartsoverdracht van arme naar rijke landen mogelijk die door Global Financial integrity (GFI) geschat wordt op jaarlijks $ 800 miljard.

Hoe werkt die overdracht in de praktijk? Allereerst is er natuurlijk gewoon de ordinaire diefstal en corruptie. Tientallen miljarden per jaar zijn hiermee gemoeid, die via trusts en nominee companies bij westerse banken worden geparkeerd. Dan is er naar schatting $ 250-300 miljard aan crimineel geld, uit drugshandel, wapenhandel, smokkel, etcetera, dat ook via de tax havens bij westerse banken wordt neergezet. En dan is er nog het zogenaamde ‘mispricing’,  een grootschalige praktijk, waarbij winsten in landen waar investeringen plaatsvinden worden gedrukt door kosten op oneigenlijke manier toe te rekenen. Dit gaat dus via de balansen en winst- en verliesrekeningen van multinationals. Ook daarmee zijn honderden miljarden per jaar gemoeid, vrijwel altijd ten koste van de ontwikkelingslanden.

Eigenlijk weet iedereen dit. Ploumen  weet het, Weekers weet het, en Van Rij ook. Waar de schoen wringt, is dat Nederland (net overigens als Groot Brittanie en de VS) aan de receiving end zit van dit wereldwijde netwerk dat de ontwikkelingslanden leegzuigt, en we onze positie niet graag opgeven. Kent u Afrikaanse multinationals, die in Nederland een miljardenbusiness hebben maar hier geen belasting betalen?

Wat we liever doen, is wijzen naar de ander.  Van Rij doet iets dergelijks. Verwijzend naar Mongolië, dat een verdrag met Nederland opzegde (kennelijk zijn toch niet alle ontwikkelingslanden ervan overtuigd dat belastingverdragen zo goed voor ze zijn, maar dat terzijde), zegt hij:

Belastingverdragen zijn dan ook niet het echte probleem. Wél echt problematisch is dat belastingdiensten in ontwikkelingslanden vaak niet goed functioneren.

In ontwikkelingslanden functioneert wel meer niet zo goed. Vandaar dat we het ontwikkelingslanden noemen. Als de premisse van Van Rij is, dat om belang te hebben bij belastingverdragen de eigen belastingdienst goed moet functioneren, mag je je afvragen of Nederland te goeder trouw is indien we proberen dergelijke verdragen te sluiten met ontwikkelingslanden.

Het zou interessant zijn om te bekijken of Nederlandse ondernemingen niet meer echte waarde zouden kunnen toevoegen in ontwikkelingslanden. We hebben voldoende kennis en interessante producten om een positieve bijdrage te leveren, en dat is uiteraard ook in ons eigen belang. Discussies over belastingverdragen horen hierin niet thuis. Ontwikkelingslanden moeten leren om bedrijven mee te laten betalen aan publieke voorzieningen, en zich niet laten verleiden tot een race to the bottom. Dat geldt overigens voor Nederland zelf net zo goed.

 

Ebel Kemeling

volg dewetvankemeling.com